Column: Burgerlijk Ongehoorzaam
We kennen in ons democratisch land een grote mate van vrijheid. Vrijheid om te gaan en staan waar je wil. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid om te mogen demonstreren. Fantastisch en voor ons Nederlanders ook heel vanzelfsprekend. Zeker als je kijkt naar landen waar die vrijheden helemaal niet zo vanzelfsprekend zijn. Zelfs verboden zijn!
Nu weet ik niet hoe het u vergaat, maar soms lijken deze vrijheden in ons land wel eens uit de hand te lopen. Alsof sommigen niet met vrijheden om kunnen gaan. Niet dat ik essentiële vrijheden zou willen verbieden. Alsjeblieft niet zeg! Toch lijkt de vraag gerechtvaardigd of soms niet duidelijker moet worden bepaald waar de grenzen liggen van deze vrijheden? Ik bedoel dan, waar begint jouw vrijheid van meningsuiting en moet die niet ophouden waar beledigen en kwetsen van anderen begint? Waarmee begint jouw aandacht vragen voor zaken waar je kritiek op hebt en wil demonstreren en tot waar mag je daarin gaan om anderen daarmee te belemmeren in zijn of haar vrijheid te kunnen gaan of staan waar zij dat willen?
Vrijheid van meningsuiting lijkt ook “gradaties” te kennen. Zo kunnen Kamerleden heel ver gaan bij het benoemen van zaken en oordelen als dat in hun kraam te pas komt. Tot op het ordinaire af. Maar Kamerleden, ministers en staatssecretarissen kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd en zijn niet civielrechtelijk aansprakelijk voor wat zij in de Kamer hebben gezegd of schriftelijk hebben medegedeeld. Jammer is dat sommigen in de Tweede Kamer zich niet realiseren dat ze ook een voorbeeldfunctie hebben.
Vreemd, maar als u of ik dezelfde taal zouden bezigen als die van sommigen Kamerleden, kan je dat duur komen te staan. Op zich merkwaardig als je je realiseert dat artikel 1 van de Grondwet luidt dat we voor de wet allemaal gelijk zijn. Dat “allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Er zijn dus grijze gebieden.
Het recht op demonstratie veroorzaakt regelmatig grote ongenoegens. Velen die niets van die protesten van doen hebben, blijken daar ongewild toch door worden geraakt. Protesten die grote maatschappelijke hinder of gevaar kunnen opleveren. (Rijks)wegen blokkeren is er zo een. Of kwetsend en beledigend, zoals tijdens de recentelijke opening van het Holocaustmuseum. Toch worden dikwijls, zelfs bij weigering van goedkeuring door de overheden, deze acties gevoerd en – te vaak – ook getolereerd. Burgerlijke ongehoorzaamheid? In elk geval kennelijk zonder sancties.
In Rijswijk wordt nu door de burgemeester een ‘feestelijke’ bijeenkomst in een zalencomplex verboden. Dit tot grote ergernis van de exploitant. Zijn verweer: ”Het is een besloten feest en dat kan helemaal niet worden verboden door de burgemeester”. Toch geef ik, wijzer geworden door eerdere al dan niet besloten feesten voor en door deze groepering feestvierders, de burgemeester groot gelijk. Want met deze bijeenkomst dreigt wel een regelrechte en ernstige verstoring van de openbare orde. In Den Haag resulteerde dat – nog geen jaar geleden – tot grote schade door vernielingen en brandstichting met vele gewonden tot gevolg. En ook eerder liep het uit de hand in en bij de locatie waar het hier nu over gaat. Besloten of niet, dan is er echt geen sprake meer van een feest. Integendeel.
De reactie van de betrokken ondernemer kwalificeer ik – vooralsnog – onder de noemer Burgerlijk Ongehoorzaam.
Dick Jense sr.
