Column: Ik sta erbij en kijk ernaar

Column: Ik sta erbij en kijk ernaar

Er trekt een warme gloed door mijn borst en mijn ogen vullen zich met tranen. Het is niet van verdriet, maar van ontroering. Snel knipper ik ze weg, want het is een beetje gek om hier te staan huilen. Ik blijf kijken naar iets dat zich verderop in de hal van school afspeelt.

Mijn dochter gaat na de zomer naar groep drie en is inmiddels helemaal gewend op school. Het is een stukje van haar leefomgeving dat zich grotendeels aan je blik als ouder onttrekt. Soms vang ik er een glimp van op, zoals vandaag. Op een afstand kijk ik toe hoe zij haar eigen tempo volgt met haar jas, rugzak en schoenen. Zoals vaker zijn we één van de laatsten.

Terwijl de bel gaat zie ik iets gebeuren dat me raakt. Bij de kapstok staat een nieuw meisje, zichtbaar zoekend. Mijn dochter loopt al richting het klaslokaal, maar draait zich ineens om. Ze loopt terug naar het meisje, helpt haar met haar spullen en geeft haar een handje. Zo lopen ze samen naar de klas. Niet omdat iemand het haar vroeg, maar omdat ze zag dat het nodig was. Het is zo’n klein moment, maar het nestelt zich in me. Misschien omdat het in deze tijd zo bijzonder lijkt: oog hebben voor een ander in een wereld waarin we vaak op onszelf gericht zijn.

Ik merk dat ik als ouder steeds vaker aan de zijlijn sta. Zo ook laatst, bij het schoolhockeytoernooi van mijn zoon. Hij is inmiddels op een leeftijd waarop hij het niet altijd meer nodig vindt dat ik kom kijken en dat laat hij me ook duidelijk weten. Nog vóór de prijsuitreiking is het goed geweest: ik word vriendelijk verzocht weg te gaan. Dat schuurt een beetje, want ik vind het belangrijk om erbij te zijn. En eerlijk is eerlijk: ik vind het ook gewoon leuk om te zien hoe hij het doet. Maar ik begrijp het dus ik doe een stapje terug en geef hem de ruimte.

Tijdens mijn wandeling van school terug naar huis bedenk ik me hoezeer ik hoop dat mijn kinderen zich open en mooi blijven bewegen in het grotere geheel. En andersom: dat de wereld ook lief is voor hen. Het stelt me niet gerust als ik denk aan hoe snel, hard en individualistisch de samenleving soms aanvoelt. Zullen zij hun zachtheid behouden? Hun bereidheid om anderen te helpen? Ik hoop het. Want is dat niet waar de kracht van samenleven in zit? Die momenten van aandacht en betrokkenheid. Dat hebben we
misschien wel harder nodig dan ooit.

Sanne van Dooremaal
Coördinator Buurtgezinnen Rijswijk

Deze artikelen heeft u misschien gemist