Misko, de troostkat van Eikelenburg
Op een doordeweekse ochtend loop ik over begraafplaats en crematorium Eikelenburg. De reden voor mijn bezoek is even eenvoudig als bijzonder: ik ben op zoek naar het verhaal van Misko, de troostkat. Onze columnist Mink had me erop gewezen. Een kat die hier jarenlang rondliep, inmiddels is overleden en een prominente plek heeft gekregen op de begraafplaats. Dat alleen al maakt nieuwsgierig.
Ik klop aan bij een deur van het gebouw waar ik niet zo lang geleden zelf nog stond, bij het laatste afscheid van een dierbare bekende. Er wordt niet opengedaan. Dan maar zelf op pad, de begraafplaats over, op zoek naar het graf en de gedenksteen van Misko die ik eerder op Facebook had gezien, omringd door liefdevolle reacties.

Al snel merk ik hoe de omgeving zijn werk doet. De combinatie van kou en zon, de stilte, het zachte geluid van grind onder mijn schoenen: het brengt rust. Eikelenburgh dwingt tot vertraging. Ik zie indrukwekkende graven, elk met een eigen verhaal, een eigen geschiedenis. Achterin bevindt zich een speciaal deel voor kindergraven. Het blijft schrijnend: een kind verliezen is misschien wel het meest ondenkbare verdriet. Tegelijkertijd valt me op hoe families juist hier kleur en leven hebben aangebracht. Knuffels, bloemen, speelgoed. Vrolijk, bijna speels, als liefdevol verzet tegen het onvermijdelijke. Zelfs stuit ik op het graf van een zoon van iemand die ik ken. Dat maakt het moment extra persoonlijk.
Ik loop het hele terrein door, zie honderden graven, maar nergens de gedenksteen van Misko. Na verloop van tijd besluit ik terug te lopen richting de ingang, in de hoop daar alsnog iemand aan te treffen. Bij het fietsenhok spreek ik iemand aan. Ik vraag naar Misko. Er wordt gewezen naar een prominente plek bij de entree. Een plek waar ik, realiseer ik me, een uur eerder nog gedachteloos voorbij ben gescooterd.
Ik ga kijken. En daar is hij. De steen van Misko, onderdeel van een dierengraf, op een plek die nauwelijks symbolischer had kunnen zijn. Met uitzicht op het gebouw waar dagelijks afscheid wordt genomen, waar tranen vloeien en herinneringen worden gedeeld. Alsof hij er nog steeds is, waakzaam, nabij.

Thuis zoek ik opnieuw de Facebookpost op in de groep Je bent Rijswijker als…. De reacties raken me. Ze bevestigen wat ik inmiddels voel: Misko was voor velen veel meer dan een kat.
“Misko lag vaak op het graf van mijn opa, oma en vader. Hij leek zich fijn te voelen daar. Heel bijzonder en een heel bijzonder lief diertje.”
“Altijd als ik het graf van mijn oma had bezocht kwam Misko om knuffels te geven. Toen ik mijn moeder ging uitstrooien was hij erbij. Rust zacht, lieve Misko.”
“Was mijn vriendje, maar denk dat velen dat kunnen zeggen. Schat van een kat.”
“Wat een lieverd was hij, hè. Hij liep altijd met me mee… liep ook weleens de aula in als er een uitvaart was.”
Het zijn geen grote woorden, geen zwaar aangezette zinnen. Juist daardoor zijn ze zo krachtig. Misko was er. Op momenten dat mensen het het hardst nodig hadden. Zonder oordeel, zonder vragen. Gewoon door te zijn.
De gedenksteen is mooi. Eenvoudig, waardig. En mijn hart vult zich met warmte bij de gedachte dat een dier, een kat, zoveel troost heeft kunnen bieden op een plek die zo onlosmakelijk verbonden is met afscheid en verdriet. Dat dit mogelijk is, zegt iets over Misko. Maar ook over de mensen die hem hebben gezien, toegelaten en nu blijven herinneren.
Een mooie gedachte, op Tweede Kerstdag. Dat troost soms een zachte vacht heeft, vier poten en een naam: Misko.
Ronald
