Van Omroep Rijswijk tot Olympisch ijs: Edwin Cornelissen leeft winterdroom
Wie tijdens de Winterspelen afstemt op de NOS, hoort zijn stem bij het kunstrijden en shorttrack: analytisch, voorbereid tot achter de komma en altijd scherp op detail. Wat minder mensen weten, is dat de basis van die stem werd gelegd in Rijswijk. Edwin Cornelissen, commentator bij de NOS, begon zijn loopbaan bij Omroep Rijswijk. “Daar ligt de kiem van mijn liefde voor radio.”
Tot in detail voorbereid
De Olympische Spelen vragen een bijna militaire voorbereiding. Cornelissen specialiseert zich in twee disciplines: kunstrijden en shorttrack. “Het kunstrijden vergt veel uitzoekwerk thuis. Van iedere olympische deelnemer uit elk land heb ik achtergrondinformatie paraat. Ze kunnen allemaal langskomen als ik live op tv of op de stream zit.” Bij shorttrack ligt de focus anders. “Dat doe ik voor radio, dus concentreer ik me vooral op de Nederlanders. Die volg ik het hele seizoen. Van hen weet ik sowieso veel.”
Hoe krijg je ‘jouw’ sport?
Dat Cornelissen shorttrack en kunstrijden doet, is deels toeval, deels logica. “Toen ik in 2010 voor het eerst naar de Winterspelen ging, was er geen specifieke shorttrackverslaggever. Dus kreeg ik die sport en ik ben het altijd blijven volgen.” Kunstrijden kwam op zijn pad toen voorganger Hans van Zetten stopte. “Turnen deed ik al voor radio, dus het was logisch dat ik dat ook voor tv ging doen. En daarmee kreeg ik automatisch ook het kunstrijden.”

Onvoorspelbaar spektakel
Hoewel hij zegt wat verder af te staan van de langebaanschaatsers, geniet hij zichtbaar van het succes in shorttrack. Met name Jens van ’t Wout en Xandra Velzeboer maken indruk. “Superknappe olympische titels. Deze sport is zó onvoorspelbaar en zó sterk bezet. Alles valt, zeker voor Jens, de goede kant op. Dat is prachtig om te zien.” Volgens Cornelissen voelt het allerminst alsof er weinig Nederlanders actief zijn. “De shorttrackers zijn er met volledige ploegen, mannen en vrouwen. En dat er ook een Nederlands kunstrijdpaar is, is mooi meegenomen. Maar eerlijk is eerlijk: de internationale wereldtoppers maken die sport extra speciaal. Het zijn supersterren.”
Werken in een betonkolos
Zijn werkplek tijdens de Spelen is de Milano Ice Skating Arena. “Van buiten een vreselijke betonkolos,” zegt hij lachend. “Maar binnen geweldig sfeervol.” In het Olympisch dorp komt hij niet. “Mijn werkterrein is echt de ijsarena.” Toch loopt hij geregeld wereldsterren tegen het lijf. “De onvermijdelijke Snoop Dogg bijvoorbeeld. En turnster Simone Biles.”

Band met collega’s
Binnen de NOS-ploeg is de verbondenheid groot. “Met de shorttrackclub van de NOS heb ik een fijne band. We werken al jaren samen.” Bij het kunstrijden vormt hij een duo met co-commentator Marit Silvius. “Die samenwerking verloopt heel soepel en leuk.” Het zijn hechte teams, gesmeed door lange werkdagen, gezamenlijke spanning en gedeelde passie voor sport.
De basis ligt in Rijswijk
Toch gaat zijn verhaal terug naar de beginjaren negentig. Vijf jaar werkte Cornelissen bij Omroep Rijswijk. Daar werd het fundament gelegd. “Die tijd heeft mij zeker gevormd. Daar ligt de kiem van mijn diepgewortelde liefde voor radio. Ik heb daar mijn neus kunnen stoten, fouten kunnen maken, mijn eigen stijl en persoonlijkheid kunnen ontwikkelen. Daar pluk ik nog steeds de vruchten van.” Lokale omroep als leerschool: experimenteren, improviseren, leren door te doen. “Uiteraard ontwikkel je je daarna steeds verder en word je gaandeweg professioneler. Maar ik zal nooit vergeten dat mijn basis daar ligt.”
redactie: Ronald Mooiman
foto’s: eigen foto’s
