Petra Mast: Wissel van de wacht – Museum Rijswijk
Sommige middagen hebben geen groots decor nodig en geen spotlights.
Alleen woorden.
Afgelopen vrijdag stapte ik om drie uur het Museum Rijswijk binnen. In de salon voelde ik meteen die vertrouwde, zachte warmte. Een plek waar je even mag landen. Edwin Fagel heette ons welkom, zoals alleen hij dat kan: met aandacht.
Het was een bijzonder moment.
Een wissel van de wacht.
Rick van der Rest, de dichter in residentie van de afgelopen maand, droeg het stokje over. In april neemt Emma Wiersma die plek in. Twee makers, twee werelden, verbonden door één ruimte: de schrijfkamer van Tollens.
Rick vertelde over zijn maand. Over hoe de deur van de schrijfkamer vaak openstond. Hoe hij luisterde naar gesprekken, keek naar bezoekers, en langzaam onderdeel werd van het museumleven. Soms lag hij in de roze fauteuil, starend naar buiten, terwijl woorden zich bijna vanzelf vormden.
“Mensen zeiden dat ik een kunstenaar was en op een gegeven moment ga je dat gewoon geloven.”
En misschien is dat wel wat er gebeurt in zo’n kamer.
Dat je jezelf anders gaat zien.
Hij deelde twee gedichten die hij daar schreef:
Warmte
‘Kom toch binnen.’
Ik wil het
door de ramen
heen roepen.
Buiten loopt een vader
met dochter en zoon.
Zij houden de guurheid
tegen met capuchons
en opgetrokken schouders.
Ik zit binnen.
In de Tollens kamer.
Mijn kopje koffie
wacht geduldig
op mijn laatste slok.
Ik kijk op.
Ze zijn verdwenen.
Mijn vraag blijft achter.
‘Hoe help ik de mensen
uit de kou, de warmte
van het museum in?’
Bestaansrecht
Ik sta in de zon.
Midden in de doorgang.
Fietsen foeteren. Moeders
voorzien van volle boodschappentassen
gaan voor mij opzij.
Ik kauw op een croissant.
De zon streelt mijn gezicht.
Ik doe mijn ogen dicht.
Ga maar om mij heen.
Schoonheid heeft immers
voorrang op het alledaagse.


Daarna was het woord aan Emma Wiersma (1998).
Een kunstenaar en schrijver die leeft vanuit beweging, verandering en loslaten.
Ze vertelde hoe ze al haar bezittingen verkocht. En telkens iets nieuws kocht, om dat vervolgens weer los te laten. Een zoektocht naar wat blijft, als niets blijft.
Haar woorden waren fragmenten, bijna als kleine kunstwerkjes:
“Ketting, goud, hanger van hout, drie cm, te koop. Erfstuk onbekend.”
“Lampenkappen werpen een schaduw van olifantenoren op wit tafellaken. Alles schikt zich rond het porselein.”
“Reistandenborstel, opklapbaar, wit. Gekocht van een jongen met de naam Hemel.”
Je voelt het: hier wordt niet alleen geschreven, hier wordt gekeken, gevoeld, verzameld en weer losgelaten.

Emma neemt in april plaats in de schrijfkamer. Een plek waar je de deur kunt sluiten om te schrijven of juist open kunt laten om geraakt te worden door de wereld die binnenkomt.
Toen ik naar huis ging, had ik geen vol verhaal in mijn hoofd.
Maar losse woorden en zinnen zonder begin of einde.
En misschien is dat wel de echte magie van zo’n middag.
Dat je binnenkomt als bezoeker en naar buiten loopt als een beetje dichter.
Wil jij zelf plaatsnemen in de schrijfkamer van Tollens?
De voormalige werkkamer van dichter Hendrik Tollens is beschikbaar als schrijfresidentie. Een maand lang, tijdens openingstijden van het museum, heb je een eigen plek om te schrijven, te lezen en te ontmoeten.
Met uitzicht op de Herenstraat.
Met stilte of juist met gesprekken.

Aanmelden kan door een korte bio, motivatie (max. 100 woorden) en een voorbeeld van je werk (max. drie gedichten of prozafragmenten) te sturen naar: educatie@museumrijswijk.nl
Hendrik Tollens (1780–1856), een van Nederlands meest geliefde dichters, woonde de laatste jaren van zijn leven in wat nu het Museum Rijswijk is. Hij ligt begraven tegenover het museum, bij de Oude Kerk.
Zijn woorden leven voort.
In die kamer.
In nieuwe stemmen.
En deze vrijdagmiddag even ook in die van ons allemaal.
Petra Mast
