Nieuwe energie in Museum Rijswijk: ‘Dit sprookjesachtige huis heeft alles om te groeien’

Nieuwe energie in Museum Rijswijk: ‘Dit sprookjesachtige huis heeft alles om te groeien’

Sinds 1 juni staat directeur/bestuurder Emma van Proosdij aan het roer van Museum Rijswijk. De overstap van Den Haag naar het kleinere Rijswijk bevalt haar uitstekend. “De lijnen zijn hier korter,” zegt ze. “Van burgemeester tot wethouders, van raadsleden tot winkeliers en culturele partners: je hebt elkaar snel gevonden. Dat maakt het een toegankelijke omgeving om in te werken.”

Die eerste indruk werd al snel bevestigd binnen de muren van het museum. “We hebben een kleine staf, maar een grote en betrokken groep vrijwilligers. Zij maken het verschil. Het voelt meteen als een plek waar mensen samenkomen om bezoekers een mooie ervaring te bieden.” En de werkomgeving helpt mee: een monumentaal pand in Oud Rijswijk, met een sfeervolle tuin. “Ik heb op veel bijzondere plekken gewerkt, dus ik ben wat verwend. Maar ook dit is weer zo’n plek waar alles klopt.”

Van Indisch erfgoed tot internationale topkunst
Van Proosdij, die Arnoud van Aalst opvolgde, brengt een brede museale ervaring mee. Tot voor kort was ze directeur van Sophiahof, het museum voor de Indische gemeenschap. Daar stond niet de kunst centraal, maar de verhalen van postkoloniale gemeenschappen uit onder meer Indonesië. “Indische, Molukse, Chinese en Papoea-gemeenschappen – het ging daar om geschiedenis, identiteit en verbinding.”

Eerder werkte ze bij Museum Beelden aan Zee, waar ze als artistiek leider onder meer tentoonstellingen organiseerde rond grote namen als Pablo Picasso. “We zagen het bezoekersaantal groeien van 70.000 naar 130.000 per jaar. Achteraf besef je hoe uitzonderlijk dat is, zeker omdat veel musea rond de 60.000 à 70.000 bezoekers zitten. Tegelijk bracht dat ook logistieke uitdagingen met zich mee, zeker op een drukke plek als Scheveningen.”



Kwetsbaar, maar vol potentie
In Rijswijk ziet ze een museum met enorme mogelijkheden, maar ook met duidelijke uitdagingen. “We zitten in een monumentaal pand, met het oude Tollenshuis en een nieuwer gedeelte. Beide vragen onderhoud en zorg, en daar is simpelweg te weinig geld voor. Dat maakt het museum kwetsbaar.”
Toch overheerst het optimisme. “Alles is hier aanwezig: een prachtig gebouw, een mooie tuin, horeca en een duidelijke functie in de stad. Ik geloof dat we kunnen doorgroeien van zo’n 20.000 naar 40.000 bezoekers per jaar, binnen vijf jaar. Met een vernieuwde programmering die een breder publiek aanspreekt, kunnen we dat bereiken.”

De kracht van de biënnales
Een belangrijke pijler onder dat succes zijn de biënnales. “Die beslaan bijna vijf maanden per jaar en zijn onze drukste periode. Met workshops en rondleidingen trekken ze veel bezoekers. Het is echt ons handelsmerk geworden, een vaste waarde waar we op kunnen bouwen.”
Daarnaast wil Van Proosdij het museum sterker verankeren in de stad. “We willen een plek zijn voor alle Rijswijkers, jong en oud, met verschillende achtergronden. Een ontmoetingsplek waar je je thuis voelt.”

Een levend dichtershuis
Een van de initiatieven in dat kader is Tollens Café Live, genoemd naar Hendrik Tollens, die ooit in het pand woonde. “Tollens was een dichter van nationaal belang, maar hij is een beetje in de vergetelheid geraakt. Met dit initiatief brengen we hem weer tot leven.”
Tijdens deze bijeenkomsten komen dichters samen voor voordrachten, boekpresentaties en gesprekken. “Het is levend erfgoed. We verbinden de geschiedenis van Rijswijk – denk ook aan de Vrede van Rijswijk – met het heden.”


Meer dan ‘erfgoed’ alleen
Van Proosdij nuanceert ook het beeld van het museum als puur erfgoedinstelling. “Dat woord klinkt al snel stoffig. Wij hebben een kunstcollectie die vier eeuwen beslaat. Met werken van kunstenaars die in Rijswijk woonden of werkten, zoals Hermanus Berserik. Daarnaast hebben we historische objecten, bijvoorbeeld uit de collectie van de familie Gentenaar. Die combinatie maakt het juist interessant.”
Met die basis wil ze ook grotere namen naar Rijswijk halen. “Zoals ik eerder heb gedaan, wil ik ook hier klinkende namen programmeren. Dat trekt een breder publiek en geeft het museum een nieuwe impuls. Of dat nu grote kunstenaars zijn of sterke thematische tentoonstellingen.”

Een plek waar alles echt is
Wat Museum Rijswijk volgens haar uniek maakt, is de sfeer. “Het heeft iets sprookjesachtigs. Je vindt hier geen QR-codes of schermen. Alles is tastbaar, echt. In een wereld waarin zoveel digitaal en vluchtig is, willen wij juist dat authentieke gevoel vasthouden.”
Dat sluit volgens haar naadloos aan bij de stad zelf. “Rijswijk heeft ook iets sprookjesachtigs. Dat willen we versterken. Of dat nu is met een tentoonstelling over een uil die jarenlang op het plein zat, of met muziek in de tuin.” Die tuinconcerten zijn populair, maar ook kostbaar. “Het is veel werk en financieel spannend. Maar dankzij mensen als Taco Hermans lukt het om er iets moois van te maken.”


De ambitie is helder: Museum Rijswijk moet groeien, zonder zijn ziel te verliezen. “We willen vooruit, meer mensen bereiken, maar wel op onze eigen manier. Dit is een plek waar je het echte leven proeft. En dat moeten we koesteren.”

Redactie: Ronald Mooiman
Foto’s: Ronald Mooiman en PR

Deze artikelen heeft u misschien gemist