Minister Letschert: “De transitie naar proefdiervrij onderzoek kost tijd”

Minister Letschert: “De transitie naar proefdiervrij onderzoek kost tijd”

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rianne Letschert bracht donderdag een werkbezoek aan het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk. Ze kreeg daar een kijkje in het onderzoek naar onder meer Alzheimer, malaria, Parkinson, long covid en infectieziekten. Ook sprak ze met onderzoekers over de toekomst van biomedisch onderzoek en de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven.

Het BPRC behoort volgens Letschert tot de internationale top. “Het BPRC, Biomedical Primate Research Centre, in Rijswijk hoort bij de top in de wereld. We hebben namelijk maar twee van zulke voorzieningen in Europa”, aldus de minister.

Onderzoek
Tijdens haar bezoek bekeek Letschert in de laboratoria onder meer organoïden en hersenweefsel onder de microscoop. Ook bezocht ze de apenkolonies, waar ze uitleg kreeg over huisvesting, verrijking en veterinaire zorg. Daarbij werd uitgebreid stilgestaan bij de ethische afwegingen die aan onderzoek met dieren voorafgaan.

Het bezoek maakte ook duidelijk dat de ontwikkeling van proefdiervrije onderzoeksmethoden volop in beweging is. “Als kabinet hebben we als doel om het aantal dierproeven zo snel als verantwoord af te bouwen, maar die transitie kost tijd”, zei Letschert. Tegelijkertijd benadrukte ze dat dieronderzoek voor bepaalde onderzoeksvragen voorlopig nog noodzakelijk is. “Voor sommige onderzoeken naar levensbedreigende ziekten en infectieziekten kunnen we op dit moment nog niet zonder.”

Alternatieven
Volgens de minister is het daarom belangrijk om tegelijkertijd te investeren in nieuwe onderzoeksmethoden én de bestaande expertise te behouden. Nieuwe technieken kunnen steeds meer onderzoeksvragen beantwoorden, maar zijn nog niet altijd geschikt om een compleet organisme te vervangen. Vaak zijn verschillende onderzoeksmethoden naast elkaar nodig om tot betrouwbare resultaten te komen.

Het BPRC speelt volgens Letschert een belangrijke rol in die ontwikkeling. “Het BPRC is ook een belangrijke speler in het verder ontwikkelen van proefdiervrij onderzoek”, stelde zij. Om die ontwikkeling te versnellen, wordt een groter deel van de subsidie hiervoor ingezet. Het aandeel moet stijgen van 17 procent nu naar 30 procent in 2030. “Zo krijgt het onderzoek naar alternatieven een boost.”

Foto’s: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Investeren
Tegelijkertijd moet het onderzoek dat voor de volksgezondheid nog noodzakelijk is kunnen doorgaan, benadrukte de minister. “Tegelijk kan het onderzoek dat nu nog nodig is voor onze volksgezondheid door blijven gaan, onder strenge voorwaarden en met de hoogste standaard voor dierenwelzijn.”

Ook de coronapandemie kwam tijdens het bezoek aan bod. BPRC-directeur Merel Langelaar wees op het belang van een goed onderhouden onderzoeksinfrastructuur. Toen de coronacrisis uitbrak, stond de benodigde infrastructuur al klaar. Die ervaring onderstreept volgens het BPRC hoe belangrijk het is om kennis, expertise en voorzieningen beschikbaar te houden voor toekomstige gezondheidscrises.

Waardering
Letschert sprak haar waardering uit voor de manier waarop binnen het BPRC wordt gewerkt. Ze benadrukte de “zorgvuldigheid en openheid” van het onderzoekscentrum. Ook sprak ze zich nadrukkelijk uit over de bedreigingen waarmee medewerkers vanwege hun werk worden geconfronteerd. “Daar ga ik keihard voor staan.”

Met haar bezoek onderstreepte Letschert daarmee een dubbele ambitie: Nederland moet fors blijven investeren in onderzoek zonder dieren, maar moet tegelijkertijd voorkomen dat essentiële kennis en infrastructuur verdwijnen voordat volwaardige alternatieven beschikbaar zijn.

Deze artikelen heeft u misschien gemist