Annexatie geschiedenis Rijswijk (deel 2)
Den Haag wilde het stuk van de Laak tot in het midden van de Herenstraat.
In 1900 woonden er 3.000 mensen in Rijswijk, in 1910 al 5.000. Die uitbreiding bracht de burgemeester ertoe, in 1907 nóg een veldwachter aan te stellen. Nu waren er drie agenten die het dorp onder de duim moesten houden. Maar ondanks die snelle groei, dachten de omliggende steden dat Rijswijk te klein was om zelfstandig te blijven. In de jaren ’20 verscheen alweer een donkere annexatiewolk boven de Rijswijkse hemel. Het dorp zou nu verdeeld moeten worden over Delft, Den Haag en Wateringen. Voorburg zou in zijn geheel aan Den Haag toegevoegd worden. Rijswijk was in paniek. Er werd onmiddellijk een anti-annexatiecomité opgericht, die een eigen anti-annexatiekrant uitgaf. In de editie van september 1925 werd uitgebreid gewezen op de verschillen tussen Rijswijk en Den Haag. In de grote stad had men te kampen met misdaad, prostitutie, berovingen, diefstal en inbraak, terwijl in het keurige Rijswijk zoiets relatief onschuldigs als een nachtcafé niet eens toegestaan was. Het argument dat Rijswijk gebruik maakte van de Haagse winkels en daarom bij de stad gevoegd moest worden, werd afgedaan als complete onzin. Of Rijswijk zelf geen winkels had! Bovendien deden Hagenaars juist alle mogelijke moeite om hun kinderen in Rijswijk op school te krijgen in plaats van andersom. En hoe durfde men te stellen dat Rijswijk geen eigen karakter had? Het paradijselijke dorp mocht nooit bij die grote stad gevoegd worden!
Spotprent uit de jaren dertig.
Op elke pagina stonden onheilspellende kreten als “Annexatie van de kleine gemeenten doodt den goeden burgerzin” en “Er gaat geen verheffende invloed van uit, als de grootere de kleinere vermoordt”. Om de Rijswijkers er ten slotte goed van te doordringen dat annexatie echt een slecht plan was, wezen de actievoerders erop dat de gemeentelijke belasting in Den Haag ruim twee keer zo hoog was als in Rijswijk. Een samenvoeging met de buurstad ging de mensen geld kosten! Meer dan vierduizend Rijswijkers waren bereid hun handtekening te zetten onder het manifest tegen aansluiting. De weerstand was overtuigend en het plan werd in 1927 weer ingetrokken. Het was groot feest in Rijswijk! Maar de slingers waren nog niet opgeruimd, of Den Haag stond alweer op de stoep. De stad had écht meer ruimte nodig. Uiteraard konden ze ook de andere richting op uitbreiden, maar dat vonden de Haagse heren te ver van het centrum. In 1931 moest het anti-annexatiecomité dus weer in actie komen, en met de kreet “Wij willen Rijswijk houen” wisten ze de aansluiting te voorkomen. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog verdwenen de Haagse uitbreidingsplannen in de koelkast. Men had genoeg andere zorgen. Maar toen de bezetter vertrokken was, gooide Den Haag het balletje weer op. De toenmalige burgemeester Bogaardt maakte korte metten met die plannen. Hij bouwde in korte tijd honderden huizen, waarmee hij Den Haag, dat beweerde dat Rijswijk te klein was om zijn eigen woningbouw te regelen, volledig in zijn hemd zette. Het dorp was prima in staat zijn eigen boontjes te doppen.
Redactie: Rene Marquard
Met grote dank aan de Historische Vereniging Rijswijk
