Het begint met taal
In Nederland hebben 3 miljoen mensen moeite met lezen, schrijven of rekenen — dat is één op de vijf volwassenen. Cijfers die je doen schrikken. Maar ook in Rijswijk is dit geen ver-van-je-bedshow: naar schatting ruim 5.000 inwoners zijn laaggeletterd.
Dat betekent: moeite met een doktersbrief, formulieren invullen, of het huiswerk van je kind begrijpen. En in een tijd waarin steeds meer digitaal gaat, wordt dat gat alleen maar groter.
Laaggeletterdheid raakt alles. Van gezondheid tot werk, van opvoeding tot zelfvertrouwen. Wie de taal niet machtig is, raakt sneller buitenspel. Daarom is investeren in taalvaardigheid geen luxe, maar pure noodzaak.
Gelukkig gebeurt dat in Rijswijk. Bij Taalhuis Rijswijk of taalcafé in de Bibliotheek aan de Vliet kunnen inwoners terecht om beter te leren lezen, te schrijven of om te gaan met de computer. En via de kinderopvang en basisscholen wordt vroeg gewerkt aan taalstimulering via de voorschool— want wie als kind taal leert, staat later sterker in het leven.
Toch blijft het een opgave. Want achter elk cijfer schuilt een mens: een ouder die zijn kind niet kan voorlezen, een werknemer die het formulier niet durft te tekenen, een jongere die afhaakt.
Taal geeft toegang. Tot werk, tot meedoen, tot eigenwaarde. Als we willen dat iedereen in Rijswijk kan meedoen, dan begint dat met taal. En daar kunnen we allemaal iets positiefs aan bijdragen. Zo zie ik op heel veel plekken in Rijswijk kleine mini-biebs in tuinen staan waar boeken geruild en geleend kunnen worden. Toegang tot taal wordt makkelijker als boeken zo dichtbij zijn.
Wil je ook iets doen? Kijk eens om je heen. Misschien ken je iemand die worstelt met lezen of schrijven. Wijs hem of haar op het Taalcafé. Want in een stad waar iedereen telt, hoort niemand buiten de zinnen te vallen.
