Bijdrage Maarten van ’t Einde (GroenLinks Rijswijk) tijdens begrotingsdebat
archieffoto
Hannah Arendt schreef dat vrijheid begint met het vermogen om opnieuw te beginnen. En dat, voorzitter, is misschien wel de essentie van de lokale democratie. Want hier, in deze zaal, maken we dat elke dag waar: door te luisteren, te wegen, besluiten te nemen en die besluiten ook uit te leggen aan de stad, zonder daar fantasieverhalen van te maken of bewoners tegen elkaar op te zetten.
Dat is lokale politiek op haar best: dichtbij, eerlijk, verantwoordelijk. Niet de harde toon van de dag, maar het stille werk van mensen die proberen het goede te doen. Maar dat werk staat onder druk. Het vertrouwen in politiek is broos. De verleiding van snelle meningen en online verontwaardiging is groot. En tegelijk voelen mensen zich soms ver weg van waar besluiten genomen worden. Juist daarom is de lokale democratie zo belangrijk. Hier zijn we wél dichtbij. Hier kunnen we luisteren, bijsturen en verantwoording afleggen.
En daarbij speelt ook de lokale journalistiek een onmisbare rol. Een vrije, nieuwsgierige en onafhankelijke pers houdt ons scherp, zorgt dat inwoners weten wat er werkelijk speelt en vormt het weefsel tussen bestuur en samenleving. Een sterke democratie heeft sterke lokale media nodig.
En dat doen we in Rijswijk, al jaren, met een brede coalitie die in veel opzichten bijzonder is. Een coalitie die niet draait om kleur of kamp, maar om een gedeeld besef dat de stad beter wordt van samenwerking. Dat stabiliteit geen stilstand is, maar juist de voorwaarde voor verandering. Dat je met verschil in overtuiging toch dezelfde richting kunt hebben: naar een stad die groener, socialer en toekomstbestendiger is.
Die samenwerking is misschien wel één van de grootste prestaties van deze bestuursperiode. Want in tijden van wantrouwen en polarisatie laten we hier in Rijswijk zien dat het ook anders kan: dat politiek nog steeds een manier is om samen iets op te bouwen. We hebben hier, samen, stabiliteit gebracht. En dat is niet saai, dat is een prestatie. Stabiel bestuur is de grond waar gezonde groei kan wortelen. Van daaruit konden we werken aan wat Rijswijk sterker maakt.
Die gezonde groei begint bij een huis. Een plek om te wonen, te wortelen, tot rust te komen. We hebben geïnvesteerd in eerlijk wonen: met de pandbrigade, die misstanden aanpakt en woningen terugbrengt naar wie ze nodig heeft; met de leegstandsverordening die er aan komt, die leegstand in tijden van woningnood onacceptabel maakt; met onze inzet voor sociale woningbouw, die we overeind houden ondanks druk van de markt; en met het isolatiefonds, waarmee we bewoners helpen hun huis energiezuiniger te maken, ook als ze dat zelf niet kunnen betalen.
Maar laten we eerlijk zijn: het is nog niet genoeg. Te veel mensen vinden nog geen woning. Jongeren blijven noodgedwongen bij hun ouders wonen, en ouderen die kleiner willen gaan wonen, vinden vaak geen passende plek in hun eigen buurt. Dat knelt, en dat beperkt kansen. Gezonde groei betekent dus ook: bouwen voor alle generaties, ruimte houden voor betaalbare huur, en niet toegeven aan de druk om alleen te bouwen voor wie het breed heeft. De woningmarkt is geen natuurverschijnsel; ze is maakbaar, als we durven kiezen voor rechtvaardigheid.
Gezonde groei is ook letterlijk groen. Met het nieuwe groenbeleidsplan hebben we stappen gezet om het groen in de stad te versterken: meer bomen, meer schaduw, meer biodiversiteit. In de gebiedsontwikkelingen is duurzaamheid geen sluitstuk meer, maar een voorwaarde aan de start. En met de duurzaamheidsmonitor meten we voor het eerst wat dat oplevert. Maar ook hier zijn we er nog niet. Onze stad staat onder druk: ruimte, klimaat, water, natuur. Daarom moeten we blijven kiezen, voor vergroening boven verstening, voor toekomst boven gemak. Dat vraagt soms lef, maar het levert iets blijvends op: een stad die niet alleen groeit, maar ook leeft.
Voorzitter, gezonde groei vraagt ook om andere mobiliteit. Rijswijk is een stad die beweegt, maar nog te vaak per auto. We weten allemaal dat dat niet houdbaar is. We hebben met de nieuwe parkeernota een eerste stap gezet naar een eerlijker verdeling van de openbare ruimte. Maar het is pas het begin. Want die ruimte hoort van iedereen te zijn, niet alleen van blik op wielen. Een eerlijke verdeling van ruimte is ook een kwestie van klimaat, van geluid, van luchtkwaliteit. De straat zegt veel over wie er mag zijn: kun je er lopen, spelen, fietsen, zitten of alleen maar parkeren? De komende jaren moeten we durven investeren in alternatieven voor de auto: in goede fietspaden, in toegankelijk en betrouwbaar openbaar vervoer — dat er nog niet overal is, maar er wél moet komen — en in een straatbeeld dat uitnodigt tot lopen, ontmoeten en spelen. Mobiliteit is niet alleen een kwestie van bereikbaarheid, het is een kwestie van rechtvaardigheid: wie heeft toegang tot de stad, en wie wordt door de inrichting buitengesloten?
Een gezonde stad is ook een rechtvaardige stad. We hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in inclusie: met de nieuwe inclusieagenda; met het onderzoek naar de rol van de gemeente in de Tweede Wereldoorlog bij het Joods onroerend goed, omdat eerlijkheid over het verleden de basis is van vertrouwen in het heden; met straatnamen die onze samenleving breder weerspiegelen; met de motie om artikel 1 zichtbaar te maken in onze gemeentelijke gebouwen, die duidelijk maakt dat gelijke behandeling geen wens is, maar een plicht; en met de steun voor het asielzoekerscentrum, omdat solidariteit niet abstract is, maar begint bij mensen verwelkomen. Dat zijn beslissingen die iets zeggen over wie we willen zijn als stad: open, nieuwsgierig, menselijk.
Voorzitter, vanuit die koers dienen we vandaag vier moties in en stellen we nog één vraag aan het college. Niet als losse punten, maar als versterking van de richting die we met deze begroting verder uitzetten. We vragen het college om de landelijke Discriminatietoets Publieke Dienstverlening toe te passen, omdat ook een rechtvaardige overheid zichzelf moet blijven bevragen: waar zitten risico’s op ongelijke behandeling, en hoe kunnen we die actief voorkomen? We vragen het college om met onze kinderboerderijen in gesprek te gaan over aansluiting bij het keurmerk Diervriendelijke Kinderboerderijen. Want duurzaamheid gaat niet alleen over mensen, maar over alles wat leeft en over wat we kinderen daarin leren.
We dienen samen met D66 een motie in over de veiligheid van vrouwen en meisjes in de openbare ruimte. Een stad is pas echt vrij als iedereen zich er veilig kan bewegen, ook ’s avonds, op straat, onderweg naar werk, sport of vrienden. We vragen het college om die inzichten over veilig ontwerp en participatie van vrouwen expliciet mee te nemen bij gebiedsontwikkeling en inrichting van de buitenruimte. Een veilige stad is een leefbare stad, voor iedereen. Er is terecht aandacht voor femicide en huiselijk geweld, maar kindermishandeling blijft vaak onderbelicht, terwijl het daar direct mee verbonden is. Waar geweld in gezinnen plaatsvindt, lijden vaak ook kinderen, direct of indirect. We dienen daarom een motie in om ook voor kindermishandeling structureel aandacht te hebben.
We tekenen ook mede de motie over de herontwikkeling van het Hof van Elsenburg aan de Lange Kleiweg, een belangrijk stuk strategische grond waar toekomstvisie nodig is. Het is goed dat de gemeente nadenkt over de toekomst van deze plek. Maar die toekomst moet met zorg worden vormgegeven, met oog voor maatschappelijke betekenis, evenwicht en duurzaamheid — zodat deze plek op termijn kan bijdragen aan een sterke stad voor iedereen.
Tot slot tekenen wij nog een aantal andere moties mee: onder andere één van de PvdA over de sociaal raadsvrouw, die jaarlijks honderden inwoners helpt met kennis en menselijkheid; één van de VVD over het stimuleren van vrijwilligerswerk door ambtenaren en bestuurders, omdat betrokkenheid begint bij voorbeeldgedrag; en één van Beter voor Rijswijk over het sportgala, waarmee we de kracht van sport in onze gemeenschap zichtbaar maken. Samen maken deze moties zichtbaar wat Rijswijk sterk maakt: mensen die zich inzetten voor elkaar.
Daarnaast hebben we nog 1 vraag aan het college. Voorzitter, Rijswijk vergrijst. Dat vraagt om aanpassing in wonen, zorg en openbare ruimte. Deelt het college onze zorg dat we daar nog niet overal klaar voor zijn? En hoe schat het college in hoe we er nu voor staan?
Voorzitter, het is onze laatste begroting van deze collegeperiode, en het past om stil te staan bij hoe we hier hebben gewerkt. We hebben stevige discussies gevoerd, soms scherp, maar bijna altijd met respect. We hebben een brede coalitie gehad die verantwoordelijkheid heeft genomen, en een raad die, met alle verschillen, het gesprek open hield. Dat is geen vanzelfsprekendheid meer. In tijden van wantrouwen en schreeuwerige politiek laten wij hier zien dat het nog kan: dat je kunt samenwerken zonder op te geven wie je bent. Dat compromis geen verlies is, maar een vorm van volwassenheid. Dat, voorzitter, is de stille kracht van de lokale democratie.
De stad groeit, omdat mensen hier willen leven. Dat is iets om trots op te zijn. Laten we die groei koesteren, niet door grenzen te trekken, maar door ruimte te scheppen voor iedereen.
En zo kom ik terug bij Hannah Arendt. Zij schreef dat vrijheid niet is wat je bezit, maar wat je durft te beginnen. Deze begroting markeert het einde van een periode, maar ook het begin van een volgende stap. We laten een stad achter die sterker, groener en socialer is dan vier jaar geleden, maar ook een stad die nog werk vraagt.
Laten we die vrijheid om opnieuw te beginnen blijven gebruiken: voor eerlijk wonen, voor ruimte om te ademen, voor straten die van iedereen zijn, voor een sterke lokale pers en voor een democratie die elke dag opnieuw wordt gemaakt door te luisteren, te besluiten en eerlijk te blijven naar de mensen voor wie we het doen.
Dank u wel.
