Achter de schermen van het strooien: hoe Rijkswaterstaat Nederland begaanbaar houdt

Achter de schermen van het strooien: hoe Rijkswaterstaat Nederland begaanbaar houdt

Foto: Steven de Jonge

Ook zo benieuwd wat Rijkswaterstaat doet om de wegen bij sneeuw begaanbaar te maken? Rijswijker Steven de Jonge wordt door zijn werkgever ingezet om de wegen sneeuwvrij en begaanbaar te houden. Zijn werkgever wordt op zijn beurt weer ingehuurd door Rijkswaterstaat.

Steven: “Als de winter zich aandient, zit ik niet alleen achter het stuur als weggebruiker, maar ook aan de andere kant van het proces. Via mijn werkgever in de regio Rhoon doe ik zelf mee aan het strooiwerk voor Rijkswaterstaat. Net als veel andere chauffeurs – waaronder zelfstandige eigen rijders – word ik opgeroepen zodra gladheid dreigt. Dat betekent: strooicursus volgen, piketdiensten draaien en op afroep binnen korte tijd klaarstaan. Vanuit die praktijk kan ik uitleggen hoe Rijkswaterstaat de gladheidsbestrijding in Nederland tot in detail organiseert.”

Wie bezit wat?

Een belangrijk misverstand: Rijkswaterstaat rijdt niet zelf met honderden vrachtwagens rond. Rijkswaterstaat is wel eigenaar van het materieel, maar niet van de trucks.

  • 577 opzetstrooiers zijn eigendom van Rijkswaterstaat. Dit zijn de zoutinstallaties met tanks en strooischijven die in de zomer in zoutloodsen staan.
  • Daarnaast bezit Rijkswaterstaat 630 sneeuwploegen, die aan de voorkant van vrachtwagens gemonteerd kunnen worden.
  • De vrachtwagens zelf zijn van aannemers: transportbedrijven, GWW-bedrijven en ook zelfstandige chauffeurs (zzp’ers) die zich aanmelden bij Rijkswaterstaat.

Zodra een strooiactie wordt afgeroepen, rijden deze aannemers met hun eigen vrachtwagen naar een steunpunt. Daar wordt de strooimachine van Rijkswaterstaat op hun voertuig geplaatst.

Een uitzondering vormen de calamiteitenmachines die Rijkswaterstaat zelf beheert voor extreme situaties:

  • Lavastorm (spuit heet water of calciumchloride)
  • Firestorm (voor het losspuiten van ijsplaten)
  • Filesproeier (kan over de vluchtstrook rijden en onder auto’s sproeien)

Oproep: een race tegen de klok

De organisatie begint ruim vóórdat automobilisten gladheid merken. Rijkswaterstaat monitort continu weersverwachtingen, wegdeksensoren en neerslagmodellen. Zodra er kans is op gladheid, krijgt het steunpunt een seintje.

Vanaf dat moment gelden harde tijden:

  • Chauffeurs worden opgepiept.
  • Binnen 45 minuten moet iedereen op het steunpunt aanwezig zijn.
  • Binnen één uur moet de vrachtwagen zijn opgebouwd, geladen en operationeel zijn.

Zodra de strooikast wordt ingeschakeld, kijkt Rijkswaterstaat via GPS live mee. Routes liggen vast en de prioriteit is helder: snelwegen, op- en afritten, knelpunten en vitale locaties zoals brandweerkazernes gaan altijd voor.

De diensten draaien in blokken; ongeveer om de twee weken wisselt de piketdienst. De ‘pieper’ ligt dus telkens bij iemand anders.

“Waarom wordt mijn straat niet gestrooid?”

Een veelgehoorde vraag, met een logisch maar vaak onbekend antwoord. Nederland is verdeeld in verantwoordelijkheden:

  • A-wegen (snelwegen): Rijkswaterstaat
  • B-wegen (provinciale wegen): provincies
  • Woonwijken en fietspaden: gemeenten

Ziet u een strooiwagen voorbijrijden die niets doet in uw straat, dan is die vrijwel zeker onderweg naar een vastgestelde route op een andere wegcategorie.

Het belang van de eerste strooironde

De eerste strooiactie is cruciaal. Rijkswaterstaat strooit preventief, vaak nog vóórdat het glad wordt. Het zout wordt door het verkeer in het asfalt gereden en vormt daar een buffer met een zeer laag vriespunt. Dat voorkomt dat vocht uit de onderlaag omhoogkomt en bevriest.

Bij aanhoudende sneeuw en lage temperaturen werkt zout alleen niet meer. Dan wordt de sneeuwploeg ingezet. Die schuift de sneeuw weg zodat het zout opnieuw zijn werk kan doen op het wegdek.

Nat strooien: slimmer en duurzamer

In Nederland wordt vrijwel overal nat gestrooid. Daarbij wordt droog zout vooraf bevochtigd met pekel.

Dat levert duidelijke voordelen op:

  • Directe werking
  • Betere hechting aan het asfalt
  • Tot 20 procent minder zoutverbruik
  • Hogere strooisnelheid (60–70 km/u), waardoor wagens beter meekomen met het verkeer

De automobilist blijft de zwakste schakel

Ondanks alle techniek en organisatie gebeuren er nog steeds veel ongevallen. De oorzaak is vaak menselijk gedrag: paniek of juist overschatting.

Winterbanden helpen bij sneeuw, maar op ijs glijdt alles. Spikes en sneeuwkettingen zijn in Nederland verboden. Wie denkt dat winterbanden een vrijbrief zijn om door te rijden alsof het zomer is, vergist zich.

Samen veilig thuis

Gladheidsbestrijding is topsport. Maar geen enkele strooiactie kan compenseren voor te hard rijden of te weinig afstand houden.

De basisregels blijven simpel:

  • Houd afstand
  • Pas je snelheid aan
  • Wees realistisch over je rijvaardigheid
  • Neem geen onnodig risico

Veilig verkeer is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Uiteindelijk begint veiligheid niet bij het zout, maar bij de rechtervoet.

Deze artikelen heeft u misschien gemist