Column Petra Mast: Woordenrijk Poëziepodium – laat je raken door taal
Sommige middagen voelen als een zachte deken. Alsof de tijd even langzamer ademt. Alsof woorden niet zomaar klanken zijn, maar plekken om in te rusten. Afgelopen zondag veranderde de sfeervolle salon van Museum Rijswijk weer in zo’n plek. Een plek waar taal mocht landen. Waar stilte geen leegte was, maar een betekenis had.
Het Woordenrijk Poëziepodium deed zijn naam eer aan.
De middag lag in de warme, vertrouwde handen van Anne Tjerk Mante . Hij verwelkomde ons zoals je gasten thuis ontvangt: open, zacht en zonder haast. Hij begon met twee liedjes, een Frans chanson over liefde en ‘’dansen op de zin van het bestaan’’. Zijn stem vulde de ruimte als honing in thee. Ontroerend en troostend en ik voelde: ik ben hier precies op de juiste plek.

Daarna was het woord aan Geraldina Metselaar. Een dichteres die lijkt te schrijven zoals anderen ademen. Struinend door natuur en steden, verzamelend wat de meeste mensen voorbijlopen. Haar gedichten over kunst en landschap hadden iets puurs, alsof ze met modder aan haar laarzen en schelpen in haar zakken
binnenkwam. Uit In Natura las ze regels die roken naar bossen en strand. Je kon ze bijna aanraken.
Vervolgens nam Edwin Fagel ons mee. Zijn woorden waren minder zacht, maar daarom niet
minder liefdevol. Eerder eerlijk en soms schurend. “Ik volg de structuren van de samenleving in een stelsel van verplichtingen.” Die zin kwam niet binnen via mijn hoofd, maar rechtstreeks in mijn hart. Poëzie die je
wakker schudt. Die vraagt: leef je of word je geleefd?



Als laatste sloot Marilou Klapwijk af. Volgens haar is kunst een zalf voor levensleed. En zo voelde het ook. Ze droeg haar gedichten uit het hoofd voor, met een vanzelfsprekendheid die ontroerde. Alsof de woorden haar lichaam al kenden. Ik hing aan haar lippen. Haar gedicht Dwaalgast (pas een paar dagen
oud) ging over ergens terechtkomen waar je eigenlijk niet hoort te zijn. Een vreemde gedachte en toch zo herkenbaar. Soms is verdwalen precies wat thuiskomen kan worden. Anne sloot de middag af met Ik ga voorbij . Alsof hij ons zachtjes terug de wereld in begeleidde. Er werd deze middag gelachen, geademd en hier en daar een traan weggeveegd.
Boven, in de Opkamer, werkte residentiedichter Rick van der Rest gestaag door. De deur voor iedereen open en een luisterend oor. Ik mocht twee nieuwe gedichten lezen, nog warm op het papier. Wat een cadeau, om zo dichtbij het ontstaan van woorden te mogen staan.

Ik liep naar buiten met dat blije, dankbare gevoel. Alsof iemand mijn binnenwereld even had afgestoft.
Wat een rijkdom, dat taal dit kan doen. Je optillen en je troosten. Je eraan herinneren dat we allemaal, op onze eigen manier, verhalen in ons dragen.
En dat je soms alleen maar hoeft te luisteren.
Petra Mast
