Herman Choufoer: ‘Geen champagne, maar een glas melk’
Hieronder leest u een hoofdstuk uit één van de boeken van Frans Leermakers (‘het geheugen van ADO) ‘Wie eens ons shirt mocht dragen’ over personen van ADO (FC) Den Haag. Onderstaand hoofdstuk is gewijd aan Herman Choufoer.
Herman Choufoer, voorzitter van ADO woonde niet alleen in Den Haag, maar ook lange tijd aan de Thomas Jeffersonlaan 655 in Rijswijk.
Bekwame linksback van het ADO dat kampioen werd in 1942-1943
Een van de beste voorzitters die ik meemaakte was Herman Choufoer, aldus Frans Leermakers! Een bijzonder serieuze, secure man. Een strategische denker, hij straalde autoriteit uit, maar stelde zich bij voorkeur bescheiden op. Hij beheerste zich, ook in situaties dat hij van binnen kookte van woede. Als speler van ADO genoot hij een geweldige reputatie. Van de overlevering weet ik, dat hij een beschaafde, technisch bekwame linksback was van het ADO dat in 1942 en 1943 de landstitel veroverde. Hij speelde eenmaal voor Oranje. Hij zei soms dan ook: ik ben maar een eenvoudige international. Een incident rond zijn vader, Herman Choufoer senior, die ADO toen diende als voorzitter, deed hem besluiten de vereniging te verlaten. Hij ging spelen voor het Utrechtse Hercules. Veel later, in 1959, keerde Herman Choufoer junior terug bij ADO, als manager/coach om trainer Rinus Loof bij te staan. Het was eigenlijk een aanloop naar het voorzitterschap van de sectie betaald voetbal van ADO. En ook het begin van een van de beste besturen die ADO kende. Dit bestuur deed de club dan ook uitgroeien tot een voorbeeld van een modern geleide profclub, van de midjaren zestig tot de beginjaren zeventig. Een bestuur met aanvankelijk Nico de Doelder, en nadien secretaris Gerard Slager, penningmeester George van Rosmalen, bestuurslid technische zaken Joop Eversteijn, de financiële man op de achtergrond Jan van Zee en de beste manager die ADO ooit kende, Eddy Hartmann. Ze hadden een goede hand van het aantrekken van trainers zoals Ernst Happel, Vaclav Jezek en Vujadin Boskov. Onder Happel en Jezek was ADO een structurele subtopper in de Eredivisie. Inderdaad, na Feyenoord en Ajax de derde club van Nederland. Iets waarvan menigeen nu slechts van kan dromen onder het motto ‘Derde stad, derde club’.
Deed Herman Choufoer niets fout?
Hij was een van de initiatiefnemers om de zo aantrekkelijke, in 1962 gestarte, betaalde jeugdcompetitie vanwege de kosten al in 1967 af te schaffen. Wat zonde, er voor in de plaats kwam een samenvloeiing van tweede elftallen en jeugdteams, de zogenaamde competitie voor B-elftallen. Later werden het C-elftallen, waarbij slechts een paar routiniers van boven de 21 jaar mochten meedoen. Dat was het begin van de stiefmoederlijke benadering die het team onder het A-team nu nog ten deel valt. En ja, Herman Choufoer kaartte ook de mogelijkheid aan van het samengaan van ADO met Holland Sport. Uiteindelijk bracht die combinatie bij lange na niet wat voo ogen (een club van Europees niveau) stond.
Was er nooit bonje in dat fantastisch gekwalificeerde bestuur?
Natuurlijk wel, misschien wel wekelijks. Intern kon het er soms heftig aan toegaan, stonden zij met rode koppen tegenover elkaar. Extern straalden zij eenheid uit. Juist die interne discussies waren de ingrediënten van het krachtvoer voor sterke besluitvaardigheid en eenheid naar buiten. Journalisten kregen nooit vat op interne verschillen. En als Herman Choufoer een journalist lastig vond, sprak hij hem aan met ‘Zo jongeman’ en volgde ‘een verstandige raad’. Dat was eigenlijk een dringend, beter gezegd, dwingend advies wat in de krant moest of niet. Dat lukte natuurlijk niet altijd, hoe zeer het journaille Herman Choufoer ook respecteerde. Een goede raad geven was een gewoonte van Choufoer. Hij deed dat niet alleen bij journalisten, ook bij collega-bestuurders en invloedrijke mensen. En daarom had hij ook de bijnaam van Herman Souffleur. Zo chique, zo beschaafd hij was, een truc toepassen voor de goede zaak deed hij ook weleens. Toen de lichtinstallatie in het Zuiderpark niet meer optimaal was vroeg hij ooit een scheidsrechter dit in diens rapport aan de KNVB te melden. Dus kwam er prompt een klachtuit Zeist binnen bij FC Den Haag. Die op zijn beurt de klacht deponeerde bij de gemeente Den Haag, die eigenaar van het Zuiderparkstadion was. En prompt werd de lichtinstallatie weer op sterkte gebracht.
Geen alcohol voor Choufoer!
Op loslippigheid was Herman Choufoer nooit te betrappen. Dat is een methodiek die journalisten toepassen bij bestuurders, die wel eens een alcoholische versnapering nuttigen. Herman Choufoer dronk geen druppel alcohol. Hij was dol op chocomel, dus was Herman Chocomel zijn tweede bijnaam. Zelf was ik getuige van een sterk staaltje van zijn nuchterheid, toen het destijds in kampioenschappen grossierende tweede elftal van trainer Rinus Loof de titel veroverde in een uitwedstrijd tegen de reserves van Haarlem. Na afloop de bekende wilde taferelen in de kleedkamer met spuitende flessen champagne. Iedereen moest natuurlijk het glas heffen. En toen werd het even stil. De voorzitter, Herman Choufoer, vroeg ietwat bescheiden om een glaasje melk…. De verbazing was snel voorbij, want spontaan werd het ‘Daar moet op gedronken worden, hi-ha-ho’ ingezet.
Bestuur betaald voetbal
Na zijn aftreden als voorzitter van ADO bekleedde Herman Choufoer nog tal van functies. Hij werd bestuurslid technische zaken in het bestuur betaald voetbal van de KNVB en maakte in deze hoedanigheid het WK 1978 in Argentinië mee. Oranje werd bijna wereldkampioen. Elf seconden voor het einde belandde de bal na een inzet van Rob Rensenbrink tegen de paal. En in de verlenging was Argentinië uiteindelijke de sterkste. Ook was Herman Choufoer een tijd voorzitter van de Federatie Betaald voetbalorganisaties (FBO), zeg maar het werkgeversorgaan van de Nederlandse clubs in het profvoetbal.
Hij eindigde met een adviseursrol, nadat de amateurs van ADO en de profs van FC Den Haag waren samengegaan onder de naam ADO Den Haag. Zij het voor even, omdat de ouderdom zijn geestelijke conditie geleidelijk aantastte. Dat was pijnlijk voor wie
Met dank aan Frans Leermakers
Redactie: Rene Marquard
