Deel 2 van 5: Van opvang naar toekomst: het debat over het AZC in Rijswijk (2016–2021)

Deel 2 van 5: Van opvang naar toekomst: het debat over het AZC in Rijswijk (2016–2021)

Na de opening van het asielzoekerscentrum (AZC) aan de Lange Kleiweg in 2016 brak voor de gemeente Rijswijk een nieuwe fase aan. De discussie verschoof van de vraag óf het AZC er moest komen naar de manier waarop de opvang in de praktijk verliep. In de eerste jaren lag de nadruk op het organiseren van goede opvang en samenwerking tussen de gemeente, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de politie en maatschappelijke organisaties. Vanaf 2018 verschoof de aandacht steeds meer naar de toekomst van het AZC en de vraag of de opvang, zoals oorspronkelijk afgesproken, daadwerkelijk tijdelijk zou blijven.

Het COA verzorgde de dagelijkse opvang van asielzoekers uit onder meer Syrië, Eritrea, Irak en Afghanistan. Afhankelijk van hun persoonlijke situatie verbleven bewoners korter of langer in het AZC. Tijdens hun verblijf kregen zij begeleiding bij hun asielprocedure, onderwijs, medische zorg en ondersteuning bij hun dagelijkse leven.

Ook veel inwoners van Rijswijk droegen bij aan een succesvolle opvang. Vrijwilligers, scholen, kerken en sportverenigingen organiseerden taallessen, sportactiviteiten, huiswerkbegeleiding en ontmoetingen. Hierdoor ontstonden contacten tussen bewoners van het AZC en inwoners van de gemeente. Deze samenwerking werd door veel betrokkenen als waardevol ervaren en droeg bij aan een rustige leefomgeving.

De gemeente volgde de ontwikkelingen nauwgezet. Het college informeerde de gemeenteraad regelmatig over onderwerpen als veiligheid, leefbaarheid en de samenwerking tussen gemeente, COA en politie. Uit evaluaties bleek dat de opvang over het algemeen goed verliep. Hoewel zich incidenteel meldingen van overlast voordeden, waren er geen aanwijzingen voor grote of structurele veiligheidsproblemen. Veiligheid bleef wel een vast onderwerp op de politieke agenda.

Vanaf 2018 veranderde het politieke debat geleidelijk. De opvang functioneerde naar behoren, maar de afgesproken tijdelijke duur van het AZC kwam steeds nadrukkelijker in beeld. Toen de gemeenteraad in 2015 instemde met de komst van het AZC, was afgesproken dat de opvang tijdelijk zou zijn. Voor veel raadsleden was het belangrijk dat de gemeente zich aan deze toezegging hield, omdat inwoners erop moesten kunnen vertrouwen dat gemaakte afspraken werden nagekomen.

Tegelijkertijd veranderde de landelijke situatie. De grote vluchtelingencrisis van 2015 was afgenomen en het aantal asielzoekers lag lager dan in de eerste jaren. Sommige politieke partijen vonden daarom dat het moment naderde om het AZC volgens planning te sluiten. Andere partijen wezen erop dat internationale ontwikkelingen snel konden veranderen en dat Nederland opnieuw behoefte zou kunnen krijgen aan extra opvangcapaciteit.

Een belangrijk politiek moment volgde in mei 2019. De gemeenteraad nam een motie aan waarin het college werd verzocht na afloop van de bestaande overeenkomst geen nieuwe overeenkomst met het COA te sluiten. Daarmee onderstreepte een meerderheid van de raad dat de tijdelijke afspraak uit 2015 serieus moest worden genomen. De motie betekende niet dat het AZC direct zou sluiten, maar gaf wel een duidelijke politieke richting aan.


In 2021 veranderde de situatie opnieuw. Door de machtsovername van de Taliban in Afghanistan en de toenemende druk op de Nederlandse opvangcapaciteit ontstond opnieuw een landelijke opvangcrisis. Het Rijk deed een dringend beroep op gemeenten om bestaande opvanglocaties langer open te houden of extra opvangplaatsen beschikbaar te stellen.

Ook Rijswijk kreeg het verzoek om te onderzoeken of het AZC langer open kon blijven. Hierdoor ontstond opnieuw een intensief politiek debat. Voorstanders wezen op de verantwoordelijkheid van de gemeente om bij te dragen aan de landelijke opvangopgave. Tegenstanders benadrukten dat Rijswijk al jarenlang opvang had geboden en dat de eerder gemaakte afspraken met inwoners moesten worden nagekomen.

De periode 2016–2021 laat daarmee twee duidelijk verschillende fasen zien. Eerst stond het succesvol organiseren van de opvang centraal, waarbij samenwerking en een rustige uitvoering de boventoon voerden. Daarna verschoof de aandacht naar de politieke vraag hoe lang het AZC zou moeten blijven bestaan. De gemeenteraad moest uiteindelijk een afweging maken tussen maatschappelijke verantwoordelijkheid en bestuurlijke betrouwbaarheid. Deze discussie vormde de opmaat naar de latere besluitvorming over de sluiting van het eerste AZC en de ontwikkeling van een nieuwe opvanglocatie in Rijswijk.

Tijdlijn 2016–2021

Datum  Gebeurtenis

Begin 2016        Het AZC aan de Lange Kleiweg is volledig in gebruik.
2016     De eerste bewoners uit onder andere Syrië, Eritrea, Irak en Afghanistan verblijven in het AZC.
2016–2018        Vrijwilligers, scholen, kerken en sportverenigingen organiseren activiteiten voor bewoners.
2016–2020        De gemeente ontvangt regelmatig rapportages over veiligheid, leefbaarheid en de voortgang van de opvang.
2017     Evaluaties laten zien dat de opvang over het algemeen goed verloopt en dat gemeente, COA en politie goed samenwerken.
2017–2019        De gemeenteraad bespreekt regelmatig veiligheid en de tijdelijke aard van de opvang.
2018     De gemeenteraad begint na te denken over de toekomst van het AZC na afloop van de afgesproken opvangperiode.
Mei 2019            De gemeenteraad neemt een motie aan waarin het college wordt gevraagd na afloop van de overeenkomst geen nieuwe overeenkomst met het COA te sluiten.
2020     De opvang verloopt rustig; de gemeenteraad blijft de situatie volgen via periodieke rapportages.
2021     Door de crisis in Afghanistan en de druk op de Nederlandse opvang vraagt het Rijk gemeenten om bestaande opvanglocaties langer open te houden of extra opvangcapaciteit beschikbaar te stellen.
2021     De gemeenteraad bespreekt opnieuw de toekomst van het AZC; de meningen blijven verdeeld tussen het nakomen van eerdere afspraken en het bijdragen aan de landelijke opvangopgave.

De periode 2016–2021 markeert de overgang van een fase waarin de nadruk lag op het goed functioneren van de opvang naar een periode waarin de toekomst van het AZC centraal kwam te staan. Terwijl de opvang in de praktijk overwegend rustig verliep en de samenwerking tussen gemeente, COA, politie en vrijwilligers goed functioneerde, groeide tegelijkertijd het politieke debat over de tijdelijke aard van het AZC. De spanning tussen het nakomen van lokale afspraken en het inspelen op een veranderende landelijke opvangsituatie bepaalde uiteindelijk de besluitvorming in de jaren die volgden.

Deze artikelen heeft u misschien gemist