Column: Wie heeft er gelijk?

Een vriend van mij is dakloos. Ik denk nu meer dan een jaar. Hij verblijft bij het Leger des Heils. We zaten een tijd terug op een bankje en hij keek samen met mij terug. Tijdens zijn studie kon hij ergens wonen.

Daar kwam een einde aan. Hij kon nergens anders terecht maar gelukkig wel bij een vriendin. Toen tijdelijk bij een kennis van een kennis. Toen nog een tijd weer ergens anders en toen hield het op. Het ging steeds slechter. De stress van continu zoeken naar een woonplek hield hem wakker. Hij werd ook steeds negatiever over de wereld. Uiteindelijk was het eindpunt nergens meer kunnen wonen en je aanmelden bij het Leger des Heils. Onwerkelijk. Je hebt een studie afgerond en dan sta je daar met je tasje. Hij is voor mij het gezicht van de woningnood. Er is geen urgentie voor hem en ondertussen zag hij hoe wij de mensen uit Oekraïne met open armen ontvingen. Iets waar ik achter sta maar in gesprek met hem ineens ongemakkelijk wordt. Hij heeft ook uitgesproken denkbeelden over immigratie. Het is makkelijk voor mij praten vanuit ons huis dat we nu eenmaal verdragen hebben en humaan moeten zijn. Voor hem betekent elk persoon wat voor hem op de lijst komt, nog langer dakloos zijn. Zijn oplossing? Dat is bouwen, bouwen, bouwen. Rick, er moet zoveel mogelijk gebouwd worden. We hebben woningen nodig. Dat is de enige manier waarop ik weer aan een woning kom. Dat is de realiteit van mijn vriend.

Wanneer ik dagelijks naar huis toe fiets kom ik een andere realiteit tegen. In de kromming aan de Vliet vlak voor de brug waar nog boten doorheen kunnen, wonen twee ganzen. Ze hebben net kleintjes gekregen. Het zijn kleine dotjes van veren. Ik kan ze niet tellen. Moedergans is uitermate beschermend. Vader Gans sist als een grote. Ik ben geen held dus ik ga er het liefst in een grote boog omheen. Dat kan alleen bijna nooit meer. Er raast verkeer met 60 kilometer per uur twee kanten op. Het fietspad is niet breed en het aantal gebruikers is groter dan het fietspad breed is. Dus ik houd mijn hart vast. Ik weet dat er een dag komt dat ik mijn met dochter terugfiets van de opvang en we een klein gansje platgereden op de weg gaan tegenkomen. Het kan niet anders dan misgaan. Er is namelijk geen plek meer voor deze familie Gans in ons stukje van Rijswijk. Er wordt namelijk gebouwd, gebouwd en gebouwd.

Ik wil graag dat mijn vriend ergens kan wonen en ik wil dat deze ganzen vrij kunnen lopen en bewegen. Mensen hebben een eigen plek nodig. De natuur ook. Ik wil niet kiezen maar ondertussen moeten we, zo lijkt het kiezen. Wie heeft er het meeste recht en wie heeft er gelijk?

Moeten we bouwen of eens ophouden met alles vol te bouwen.

Rick van der Rest

Deze artikelen heeft u misschien gemist