Column: Woongenot
We waren het niet van plan. Hooguit één of twee jaar, zeiden we tegen elkaar. Dan zouden we weer vertrekken. Terug naar Amsterdam, waar we studeerden, onze eerste banen kregen, jarenlang woonden.
Nieuw werk in Den Haag en Rotterdam bracht ons naar deze regio. We vonden een maisonnette in het – in onze ogen – lelijkste gebouw van Rijswijk: de flat boven de Aldi aan de Haagweg. Enfin, het is toch
maar voor even. En je kunt er beter ín wonen dan er tegenover, grapten we. Inmiddels zijn die paar jaar uitgelopen tot decennia. Hoe dat kan? Natuurlijk, een mens moet nu eenmaal érgens wonen. Dan
kun je besluiten om maar te blijven waar je bent. Uit een soort gemakzucht.
Maar er speelde méér. Wonen is nu eenmaal meer dan een dak boven je hoofd. Het zijn de voorzieningen in en om de wijk die je woongenot meebepalen. Een open deur? Zeker, maar zulke deuren staan niet voor
niets open. Gaandeweg ontdekten we de vele voordelen van onze nieuw woonplek. De maisonnette was ruim bemeten, bood uitzicht over de wijde omgeving. Onze buren op de galerij bleken allerhartelijkst en
leefden met elkaar mee, zonder elkaar te overlopen. Trams en bussen voerden vanaf haltes voor de deur naar Voorburg, Scheveningen, Kijkduin, Delft en NS-stations wanneer je verder wilde. Over de
Haagweg hingen verkeersdampen, maar aan de achterkant genoten we vanaf onze balkons van oude beboomde tuinen, het naastgelegen Park Hofrust, waar hele vogelkolonies huisden. Van het zicht op de
historische kern.
En om de hoek ontdekten we de zaterdagmarkt en de winkels waar je voor werkelijk alles terecht kon. Een buurtsuper, wel drie groentezaken (met een assortiment waar het aanbod van alle tegenwoordige supermarkten bij elkaar niet aan kan tippen), kaas- en reform specialiteiten, luxe bonbons, bakkerijen, delicatessen, heuse kwaliteitskleding voor verschillende smaken. Buren die ons, nieuwkomers, welkom heetten en alle voordelen van het dorp aanprezen, bekenden dat ze nooit inkopen deden in de stad – lees Den Haag – of de Boogaard. Daar vonden ze het te groot, te anoniem.
In onze vorige woonplaats reden wij met de auto naar een winkelcentrum voor onze wekelijkse boodschappen. Groot en anoniem, inderdaad. Nu schaften we een boodschappenkarretje aan en werden
vaste klant van de dorpszaken. Trotse eigenaren stonden zelf achter de toonbank om hun klanten te bedienen. Als vanzelf, omdat ze toch op hun beurt moesten wachten, raakten klanten er met elkaar in
gesprek. Zodat je elkaar ook gaat groeten wanneer je elkaar op straat tegenkomt. Een praatje maakt. Informeert hoe het gaat.
Zo ontdekten we de charmes van het wonen in het oude dorp. En al huizen we alweer vele jaren in een andere wijk, we komen er nog steeds. Gelukkig zijn er nog altijd kwaliteitswinkels te vinden, sommige al generaties lang. En gelukkig geven veel klanten gehoor aan de oproep om lokaal te kopen en ze daarmee in stand te houden. Maar veel vroegere dorpswinkels bestaan níet meer. Eigenaren gingen met pensioen, sloten hun zaken bij gebrek aan opvolgers. En dat is heel jammer. Het totale aanbod is verschraald. Oké, je kunt nu je telefoon laten repareren, je gebit laten verfraaien of vervangen, gehoorproblemen laten oplossen en de allergoedkoopste kleding aanschaffen. ’s Zomers gonzen de straten van het geroezemoes op de vele terrassen. Heel gezellig. Maar toch…
Kan het niet anders, vraag ik me af. Natuurlijk, de economie is veranderd. Ons koopgedrag is veranderd. Alles beter dan leegstand in winkelstraten. Een gemeente kan eigenaren niet sturen bij de verhuur
van hun panden. Of wel? Me er steden kampen met soortgelijke problemen waarvoor ze een oplossing zoeken. Er bestaan wel degelijk goede voorbeelden van hoe je nieuw leven blaast in oude kernen. Dat
een gemeente daarin een actieve rol kan én moet spelen. Uiteraard samenwerkt met de winkeliersverenigingen en eigenaren. Maar initiatief neemt, lef toont. Fijn wonen heeft alles te maken met
goede voorzieningen in je omgeving. En dat geldt natuurlijk ook voor andere wijken en buurten.
Goed voornemen voor nieuwe raadsleden, een nieuw college?
Barbara Schilperoort
