Nieuwe gezichten op straat: drie wijkagenten versterken Rijswijk
Op het politiebureau aan de Sir Winston Churchilllaan in Rijswijk is het een komen en gaan van agenten, meldingen en verhalen uit de stad. Maar sinds kort zijn er drie nieuwe gezichten met een duidelijke missie: dichter bij de wijk staan. Wijkagenten Stefan van Rijnswou (38), Michel van As (40) en Jerrel de Nijs (40) verruilden de hectiek van de noodhulp voor een rol met meer verdieping. “Geen pleisters plakken, maar duurzaam iets voor de mens en de wijk betekenen.”
Van meldingen naar mensen
Stefan van Rijnswou werkt al vijftien jaar in de noodhulp en maakte een bewuste keuze. “Je rijdt van melding naar melding. Belangrijk werk, maar je bent vaak alleen bezig met het oplossen van het moment.” Als wijkagent in de Muziekbuurt zoekt hij juist de verdieping. “Ik wil weten wat er speelt, waarom dingen gebeuren en hoe we het structureel kunnen verbeteren.”

Stefan van Rijnswou
Zijn dag begint rustig, met een kop koffie en een blik op de meldingen van de afgelopen uren. Daarna volgt een to-do lijst, vaak gericht op nazorg en contactmomenten. “Het liefst ga ik op de fiets de wijk in. Mensen vinden het prettig als ze je zien.” Hotspots zoals het Cruyff Court en het Waldhoornplein krijgen extra aandacht, vooral vanwege jeugdoverlast. “Je wilt de spin in het web zijn.”
“Wij zijn de ogen en oren van de wijk”
Voor Michel van As, wijkagent in Steenvoorde-Zuid en Eikelenburgh, is zichtbaarheid cruciaal. Na ruim twintig jaar politie-ervaring – waarvan elf jaar in Rijswijk – weet hij hoe belangrijk contact is. “In de noodhulp is het racen van hot naar her. Nu heb ik tijd voor bewoners. Ik word dagelijks aangesproken op straat.”
Hij ziet duidelijke aandachtspunten in zijn wijk: jeugd die samenkomt rond winkelgebieden, klachten over hardrijders en parkeerproblemen. “We kunnen niet alles oplossen, maar we kunnen wel het verschil maken door samen te werken.” Dat doet hij met flatcoaches, buurtpreventieteams, ondernemers en organisaties zoals Stichting Amal.

Michel van As
Tegelijkertijd merkt hij dat veel meldingen eigenlijk niet bij de politie thuishoren. “Vuil op straat of parkeerproblemen horen bij de gemeente. Dat kost ons tijd om door te zetten. Daar zit soms frustratie, maar we blijven uitleg geven.”
Leren en verbinden
Jerrel de Nijs is de nieuwste van het trio en pas een maand actief als wijkagent. Na jaren in de noodhulp en een leidinggevende rol was hij toe aan iets anders. “Ik wilde mijn horizon verbreden en echt van betekenis zijn in de wijken.” Zijn werkgebied is divers: van Oud Rijswijk, Leeuwendaal en Cromvliet tot Hoornwijck en de Broekpolder. “Je hebt wijken met sociale problematiek, maar ook gebieden met expats en bedrijven. Dat maakt het uitdagend.”
Hij benadrukt het belang van samenwerking met bewoners. “Wij zijn afhankelijk van meldingen. Zie je iets verdachts, bel. Liever een keer te veel dan te weinig.” De parkeergarage bij Q-Park Hoornwijck en jeugdproblematiek in Oud Rijswijk zijn actuele aandachtspunten. “Maar zonder informatie van bewoners kunnen we weinig.”

Jerrel de Nijs
Samen voor een veilige wijk
Wat de drie wijkagenten bindt, is hun aanpak: zichtbaar, benaderbaar en betrokken. Ze willen af van het beeld van de politie die alleen komt als het misgaat. “We zijn er juist om problemen vóór te zijn,” zegt Van Rijnswou.
In Rijswijk zijn momenteel acht wijkagenten actief, elk met hun eigen gebied en uitdagingen. De inzet vanuit politie en bestuur om meer wijkagenten op straat te krijgen, past bij die filosofie.
De oproep aan bewoners is duidelijk: meld wat je ziet. “Soms denken mensen dat iets niet belangrijk genoeg is,” zegt De Nijs. “Maar wij bouwen dossiers op. Alles helpt.”
Of het nu gaat om overlast, verdachte situaties of een ‘niet pluis’-gevoel: één telefoontje kan het verschil maken. Zoals Van As het samenvat: “Wij kennen de wijk, maar bewoners kennen hun straat het best.”
Redactie en foto’s: Ronald Mooiman
