Eerbetoon aan Herman Choufoer door Frans Leermakers: “Een van de beste voorzitters die ik heb meegemaakt”
Frans Leermakers, een ware icoon binnen ADO Den Haag, ademt de club nog altijd uit met een passie die bijna niet te evenaren is. Of het nu in goede of moeilijke tijden is, zijn liefde voor ADO blijft onverminderd groot. Daarom wordt hij ook wel het ‘geheugen van ADO Den Haag’ genoemd. Leermakers beschikt over een indrukwekkend archief vol herinneringen, foto’s en documenten die alles vertellen over de rijke historie van de club.
Hij was niet alleen jarenlang actief als (bestuurs)lid, interim-voorzitter, speler en redacteur, maar is nu hét gezicht van ADO. Zijn betrokkenheid en kennis maken hem tot een ware ambassadeur, iemand die de club door en door kent en leeft. Herman Choufour; het is dit jaar 25 jaar geleden overleed in zijn toenmalige woonplaats Rijswijk.
Omdat ik wist dat Herman Choufoer in Rijswijk woonde, zag ik meteen een mooie gelegenheid voor een artikel. En dat is niet zonder reden: Frans Leermakers schreef ooit het boeiende boek ‘Wie eens ons shirt mocht dragen’, waarin hij de verhalen vertelt van verschillende personen die een belangrijke rol hebben gespeeld bij ADO (en FC) Den Haag. Toen ik hem vroeg naar Herman Choufoer, was hij direct enthousiast en stuurde hij me meteen uitgebreide informatie over het hoofdstuk dat aan Herman is gewijd. Dat is typisch voor Frans, altijd bereid om te delen en te verbinden!
Herman Choufoer woonde eind jaren zestig aan de Meppelweg in Den Haag, maar verhuisde later naar de Thomas Jeffersonlaan 655 in Rijswijk. Dus ook Rijswijk mag trots zijn op deze bijzondere man, die volgens Leermakers wordt gezien als een van de beste voorzitters die de club heeft gekend. “Een bijzonder serieuze, secure man. Een strategische denker die autoriteit uitstraalde, maar zich altijd bescheiden opstelde,” aldus Leermakers. Wist u dat toparbiter Leo van der Kroft (jaren 60 en 70) enkele jaren later zijn bovenbuurman werd in dezelfde flat? Van der Kroft was ook de scheidsrechter die in 1972 de eerste gele kaart uitdeelde in het beaalde voetbal.
Een opvallend detail uit de geschiedenis van Herman Choufoer is zijn enige interland. Op 31 maart 1940 speelde hij tegen Luxemburg in de Rotterdamse Kuip, in de voorlaatste interland voor de Tweede Wereldoorlog. Nederland verloor toen met 4-5, maar dat was een bijzonder moment: Oranje had die dag maar liefst vijf debutanten, waaronder Herman, die inviel omdat de vaste back Bertus Caldenhove geblesseerd was.

Een foto van Herman Choufoer (op schouders met lauwerkrans) dateert van 1941, toen ADO kampioen was geworden van de Eerste klasse ten koste van DHC. Daardoor mocht ADO meedoen aan de strijd om het Nederlands kampioenschap. In 1941 werd ADO geen landskampioen, in 1942 en 1943 wel.
Helaas verliep zijn optreden in dat duel niet helemaal vlekkeloos, en het is waarschijnlijk dat dat meteen zijn enige interland bleef. De oorlog brak namelijk kort daarna uit, waardoor er weinig gelegenheid was voor internationaal voetbal. Na zijn periode bij ADO speelde Herman nog voor Quick en Hercules in Utrecht.
In 1959 keerde Herman terug bij ADO, ditmaal als technisch adviseur, en groeide uit tot voorzitter van de sectie betaald voetbal. Zijn leiderschap en strategisch inzicht hebben de club ongetwijfeld gevormd en versterkt.
.
Volgende week dinsdag kunt u in wie eens ons shirt mocht dragen het volledige hoofdstuk lezen over Herman Choufoer , met als titel: ‘geen champagne, maar een glas melk – een bescheiden eerbetoon aan een groot man en een inspirerende leider.
Rijswijk mag trots zijn op Herman Choufoer, en wij herinneren ons hem als een voorbeeld van passie, strategisch inzicht en bescheidenheid.
Met grote dank aan Frans Leermakers

Redactie: Rene Marquard
